Sam las Pluto van Lara Taveirne

Een goudkleurige Volvo hobbelt over een doodlopende weg, gevolgd door een immense stofwolk. Achter het stuur zit een druk pratende vrouw onder een strooien hoed. Op de achterbank, onder al even indrukwekkende hoofddeksels, zitten haar drie oudste dochters. Uit het passagiersraam steekt het hoofd van de tienjarige Antonia. Zij draagt geen hoed. Haar korte haren wapperen terwijl ze Pluto binnenrijden, want zo noemen haar zussen het doodse platteland waar hun moeder in een opwelling een scheef dijkhuis heeft gekocht.
In Pluto beleeft Antonia de zomer van haar leven. Pas vele jaren later keert ze terug, met een baby in een draagdoek en een peuter aan de hand. Maar ditmaal is het geen zomer. Het dijkhuis is zwaar in verval. Antonia’s hart ligt aan diggelen. De noordoostenwind blijft maar waaien. En de baby houdt niet op met huilen.